De Romantische tuinen van Château de Losse
Wat zal het echtpaar Van der Schueren hun ogen hebben uitgekeken bij het eerste bezoek aan het verwaarloosde en verwilderde kasteeltje aan de Rivier de Vézère. Midden in een dromerig oud landschap waar de tijd nog steeds stil staat ligt het kleine uiterst charmante kasteeltje Chateau de Losse. Dit Belgische echtpaar heeft het kasteeltje met omliggende landerijen gekocht en is met veel energie aan het werk getogen om het op te knappen.
In eerste instantie werd de binnenkant aangepakt en gerenoveerd. Wat een verantwoordelijkheid, studie, tijd en kosten zijn gemoeid met deze herstelwerkzaamheden. En wat een succesvol resultaat met zoveel zichtbare liefde en kwaliteit. Aangepakt met oog voor elk verfijnd detail. Bijvoorbeeld de zeldzaam voorkomende ingelegde vloer van rivierkiezels op de eerste etage. Het meubilair, de grote schouw in de eetzaal, de schilderijen en wandkleden geven een goed beeld van de Franse Renaissance op het platteland. Het huidige kasteel is authentiek, charmant en betoverend geworden.
Gebouwd op de fundamenten van een middeleeuws gefortificeerd kasteel dat vele gevechten heeft geleverd werd het drastisch verbouwd in 1576 door Jean II de Losse, wiens familie oorspronkelijk ook uit België, toen Vlaanderen, kwam. Als leermeester van Henri IV, was hij ook gouverneur van Guyenne onder de regering van de laatste Valois en eerste koning van de Bourbons. Jean II werkte voor de Italiaanse Catherine de Medici die de nieuwste mode introduceerde bij Jean II. Hij was erg gecharmeerd van de Italiaanse Renaissance, die een nieuwe manier van bouwen, indeling en inrichten met zich meebracht. Geïnspireerd verfraaide en verzachtte hij in de 16e eeuw het robuuste kasteel in haar uitstraling.
Hij verzamelde grote wandkleden die in Italië gemaakt werden door Vlaamse vrouwenhanden. Het trappenhuis met de gedraaide trap, de acanthus bladeren in het steenhouwwerk, de schilderijen en het meubilair, zelfs de wapens gaven zijn luxe manier van leven weer. Het motto van Jean de Losse is in de voorzijde van de duiventoren te lezen: ‘zonder vleugels zal ik torenen, zo hoog als de vogels’. En boven de entreepoort bij de slapende brug staat: ‘een mens doet wat hij kan, en het lot wat het wil’, ergens anders klaagt hij in een Latijnse tekst over de lange duur van de werkzaamheden van de bouw. Hij moest eens weten dat er over de eeuwen weinig is veranderd.
De rivier zal een zekere bron van opbrengsten zijn geweest. De Vézère werd druk bevaren en door tol te heffen werd de kas van de kasteelheer voldoende gespekt. In ruil hiervoor werden de oevers, trekpaden, forten en watermolens onderhouden. De hoger gelegen gracht rond het kasteel zal in de middeleeuwen met behulp van blaasbalgen gevuld zijn met water uit de rivier. En op deze manier aan vier kanten door water beschermd tegen vijandelijke invallen. Het is goed mogelijk dat de één muur gesloopt is in de Renaissance periode waardoor een droge gracht ontstond die nu nog aanwezig is en begroeid met gras.
Na de ingrijpende verbouwing binnen door het echtpaar Van der Schueren, die enkele jaren in beslag nam was de directe omgeving van de gebouwen aan de beurt. Slechts enkele oude bomen, veel woekerende bramen en onverzorgde stukken land waren het uitgangspunt. Jacqueline van der Schueren heeft veel boeken nagezocht op informatie uit de Renaissance over de toenmalige mode van tuinaanleg. Naast boeken, oude prenten waren vooral ook de wandkleden van het kasteel een bron van informatie. Lelies, rozen en kievitsbloempjes zijn in de afbeelding gewoven als ook de indeling van de tuinen in de 16e eeuw. Deze informatie met de wens om het onderhoud in de hand te kunnen houden werden de uitgangspunten. Waardoor de tuin een eenvoudige opzet heeft gekregen.
‘La cour d’Honneur’ waar de gasten op het binnenplein werden ontvangen is in tact gehouden. Grind met slechts grote potten met groene Buxusbollen die met elkaar zijn verbonden met kettingen staan symbool voor de oude cour.
De geurige hof tuin ligt wat lager en is een warme binnentuin geworden doordat dit geheel omsloten is door gebouwen en hagen. De indeling is traditioneel, rechtlijnig en helder van opzet. Grote vakken lavendels, randen van Santolina met langs de gebouwen strak gesnoeide bolronde groenblijvende heester Eleagnus. En zoals in de Italiaanse Renaissance tuin ook altijd het gebruik was, een element van water. In het midden van de strakke tuin is een waterloop die de grote vakken lavendels snijdt waardoor een evenwichtige indeling ontstaat. Op warme zomerse dagen is het stromende water verkoelend. Hoge Italiaanse cipressen verwijzen naar de oude pilaren van één van de afgebroken bijgebouwen waarvan de sokkels nog wel zichtbaar zijn. De kruidige geur van de Choysia, de zoete kamperfoelie die tegen de muur groeit, de vanille geur van de Eleagnus en de lavendels; alle geuren blijven zweven in deze ‘cour bas’.
Op de plaats waar vroeger de oude kapel was naast het poorthuis is nu een smeedijzeren schaduwrijke tunnel met blauwe regen, druiven en een enkele Clematis. Een Maria beeldje in de muur verwijst naar de oude kapel. Het is een aangename schaduwrijke plek met aangeharkt zand op de grond en een enkele bodembedekker en hortensia’s.
Het deel tussen de duiventoren en de noordwest toren is een verhoogde tuin boven op de vestingwal met uitzicht op de gracht en vroegere vijanden. De strak geschoren Buxus heggetjes symboliseren de oude kantelen van de vestingmuren. In de zo ontstane plantvakken groeit blauwe Nepeta ‘kattenkruid’ aan de voet van de geurige rozen ‘Gishlaine de Féligionde’ die de hele zomer door bloeit. In de beschutting van de oude stallen en de noord west toren staat een prachtige Albizzia. De boom die elke avond haar blaadjes toevouwt en pluizige roze bloemen heeft in de zomer. Vanaf hier heeft de bezoeker het mooiste beeld over de lage renaissance binnentuin.
Aan de rivier ligt een kleine ‘knotgarden’, een stukje Engelse renaissance. Op verschillende terrassen zijn gevlochten en strak geschoren Buxushaagjes in het motief van knopen met grind of kleine roze rozen ertussen. Het uitzicht op de meanderende stromende rivier is aantrekkelijk. Ook aan de andere kant van het kasteel waar in de tuinen buiten de kasteelmuren liggen, is een speciaal uitzicht punt gemaakt om de ‘gabarres’, boten die tonnen wijn vervoerden in de gaten te houden. Boten met die stroom mee gingen hadden als uiteindelijke bestemming Bordeaux. De boten die richting naar Terrasson gingen werden door koeien en bij gebrek aan koeien, door vrouwen over de oevers weer stroomopwaarts getrokken.
In de tuinen buiten de vestingmuren geven strak gesnoeide haagbeuk hagen en lagere Buxusheggetjes de vorm aan. De gehele tuin heeft de sfeer van een labyrint achter elke heg kan het verrassend anders zijn. In de ontstane tuinkamers groeien bloeiende heesters zoals Cystus, Ceanothus, spirea en lavendel, vaste planten zoals roze Achillea (duizendblad) beschut en uitbundig. Grote potten met roze oleanders verwijzen naar Italië. Door openingen in de haag te knippen en doorkijkjes te maken heeft de wandelaar altijd contact met het landschap, de rivier en uitzicht op het kasteel.
In de landerijen rond het kasteel is in de vroege herfst een tapijt van boscyclaampjes en in het voorjaar een zee van veldbloemen in de weilanden. Het golvende parkachtige landschap met oude bomen nodigt uit tot een romantische wandeling. De wandelaar zal telkens de rivier tegen komen en verschillende watermolens en telkens is Chateau de Losse zichtbaar in het groen. Na de wandeling is het mogelijk om in het bijgebouw of de prinsessentuin te picknicken en een drankje te kopen.
Chateau de Losse is een klein kasteeltje met een sublieme inrichting die te bezichtigen is. En de charmante renaissance tuin blijft van uit elke hoek aantrekkelijk.
Château de Losse, 24290 Thonac, Dordogne www.chateaudelosse.com